 |
Johann Sebastian Bach en Rome (5), Bach en Cranach
Op hoge leeftijd, hij was reeds 78, volgde Lucas Cranach zijn toenmalige meester, keurvorst Johann Friedrich de Grootmoedige, in gevangenschap, als gevolg van de represailles van de Roomse Keizer Karel V tegen de protestantse vorsten. Na hun vrijlating in 1552 verplaatste het hof zich van Wittenberg naar Weimar en Cranach verhuisde mee. Een jaar later stief hij en werd begraven op het Sankt Jakobs kerkhof in Weimar. Op zijn grafsteen werd hij aangeduid als “pictor celerrimus”, een onderscheiding, die Johann Sebastian Bach zo’n 160 jaar nadien vast en zeker met instemming heeft gelezen. Hij kende Cranach immers als de illustrator van Luthers geschriften en de kunstenaar die zo veel portretten van Luther had getekend en geschilderd. Johann Sebastian kwam in 1708 naar Weimar als “Hoforganist” en “Cammermusicus” van keurvorst Wilhelm Ernst. Al gauw bleken zijn muzikale gaven zodanig, dat hij vaak zelfs de “Kapellmeister” verving. Het was dan ook niet meer dan terecht dat hij in 1714 bevorderd werd tot “Konzertmeister”. In 1717 werd hij na de dood van de oude “Kapellmeister” Samuel Drese door de hertog echter gepasseerd als diens opvolger. Toen Bach kort daarop de kans kreeg om toch deze begeerde functie te gaan bekleden aan het hof van prins Leopold von Anhalt-Cöthen, werd hem echter ontslag geweigerd door hertog Wilhelm Ernst. Dit conflict leidde er zelfs toe, dat Sebastian enige tijd gevangen gezet werd, maar daarna toch naar Cöthen kon vertrekken. In Weimar is weinig meer terug te vinden dat aan Bach herinnert. Met het hertogelijk paleis, de “Wilhelmsburg”, was in 1774 ook de beroemde kapel, de “Himmelsburg”, in vlammen opgegaan, de kapel, waarin Bachs vroegste gerijpte cantates waren opgevoerd tussen 1714 en 1716, als eerste BWV 182, “Himmelskönig, sei willkommen”. Ook het huis aan het marktplein, waar de familie Bach woonde, is verdwenen door een bombardement in februari 1945. Het gebouw, dat nu nog het meest aan het gezin Bach herinnert in Weimar, is de voormalige Stadtkirche, thans Herderkirche, waar de zes kinderen die Maria Barbara ter wereld bracht gedoopt werden. Hier ook bespeelde Sebastian het orgel veelvuldig en moeten velen van zijn fantastische spel genoten hebben. Het meest bewonderde kunstwerk in deze kerk was in Bachs tijd en is nog steeds het schitterende altaarstuk, en het zal u niet verbazen te vernemen dat de schilder niemand minder was dan Lucas Cranach de Oudere. Het is niet waarschijnlijk dat Bach kennis heeft gemaakt met de erotische kant van Lucas Cranachs kunstenaarschap. Aan het hof van de puriteinse hertog Wilhelm Ernst in Weimar werden dergelijke schilderijen zeker niet getolereerd. Wellicht hing er een Cranach Eva of Venus aan het hof van de meer ruimdenkende prins Leopold in Cöthen, maar de kans is groter dat Bach Cranach alleen gekend heeft als de schilder van de Reformatie.
Afbeelding: Johann Sebastian mag dan de “Venus” van de Galleria Borghese in Rome nooit gezien hebben, vrijwel zeker kende hij wel dit schilderij, dat dateert uit 1521 of ’22 en Martin Luther weergeeft in zijn gedaante als Junker Jörg in zijn onderduiktijd op de Wartburg. Het bevindt zich in het Kasteelmuseum van Weimar. - Peter Bloemendaal
|
Johann Sebastian Bach en Rome (4), Cranach en Luther, Vervolg
Op muzikaal gebied was Martin Luther een bewonderaar van Josquin Desprez , Heinrich Isaac en Ludwig Senfl. Na theologie kwam muziek voor hem op de eerste plaats. Hij was een verdienstelijk speler op de luit en de fluit en zijn bijdrage aan de ontwikkeling van kerkelijke gezangen, de koralen, werkte door tot in de tijd van Bach. Luthers connectie met de schilderkunst was en bleef zijn grote vriend Cranach, ook al nam de kunstenaar opdrachten aan uit het vijandelijk kamp en schilderde hij naakten bij de vleet. Zijn artistieke talenten werden immers evenzeer aangewend ter verluchtiging en promotie van de geschriften van zijn theologische vriend. Cranachs orderportefeuille was continu gevuld met portretten, altaarstukken, ook voor Roomse kerken, en zijn faam als schilder van vrouwelijke naakten was wijdverspreid. Max J. Friedhändler, wellicht de grootste expert op het gebied van de Noordeuropese schilderkunst in de late Middeleeuwen, vermeldt, dat Cranach maar liefst 31 Eva’s, 32 Venussen en 35 Lucretia’s schilderde voor privé verzamelaars, stuk voor stuk lang, slank, blank en meisjesachtig, met een sensuele Mona Lisa glimlach en amandelvormige, verleidelijke ogen. Al dan niet gehuld in weinig meer dan de scheefgeplaatste volumineuze hoed, die wij ook kennen van de eerder genoemde Venus in de Villa Borghese, en de lange doorzichtige voile, die zo ragfijn de schoonheid van het vrouwelijk lichaam accentueert. Martin Luther was beslist geen puritein, want hoewel hij volledig op de hoogte was van het oeuvre van zijn vriend, was het voor hem geen reden de vriendschap te beëindigen. Wel moet hij in 1545, op 63-jarige leeftijd, ironisch opgemerkt hebben: “Meester Lucas is als schilder nogal grof. Hij zou het vrouwelijk geslacht iets meer hebben moeten ontzien, omdat zij Gods schepselen zijn en ter wille van onze moeders. Aan de andere kant had hij de paus wat gepaster moeten schilderen, dat wil zeggen in een meer duivelse gedaante.”
Afbeelding: Venus, detail. Kunsthistorisch Museum Genève, Zwitserland - Peter Bloemendaal
|
Johann Sebastian Bach en Rome (3) Cranach en Luther
Cranach werd beroemd bij de bevolking van Thüringen als de schilder-illustrator van de Reformatie, helemaal nadat Luther in 1517 zijn 95 stellingen had genageld aan de hoofdingang van de slotkerk in Wittenberg, werd geëxcommuniceerd en in 1521 op de Rijksdag te Worms in de ban gedaan, omdat hij weigerde zijn kritische denkbeelden te herroepen. Een groot deel van de bevolking, bekend met Luthers ideeën, aangezien hij die al vele jaren vanaf de kansel in Wittenberg had geventileerd, koos in navolging van hun leidsmannen voor de gewezen monnik, die moest onderduiken om het vege lijf te redden. Beschermd door de keurvorst van Saksen, leefde Luther vele jaren als Junker Jörg op de Wartburg, waar hij ook aan zijn Bijbelvertaling werkte. Intussen ging het Cranach voor de wind. Tegelijk met zijn werk voor Luther nam hij ook opdrachten aan van diens grootste tegenstrever, kardinaal Albrecht, keurvorst von Brandenburg, machtig, ijdel en mecenas van de kunsten. Hij werd een veelgevraagd schilder. Zijn atelier floreerde en produceerde onder zijn supervisie honderden schilderijen met diverse thema’s. Commercieel had hij evenmin te klagen. De vorst had hem vrijgesteld van belastingen, hij bezat diverse huizen in de stad, een belangrijke wijnhandel, een grote, luxueuze drogisterij, waar specerijen en exclusieve buitenlandse producten werden verkocht en was ook eigenaar van een boekhandel met drukkerij.
Afbeelding: kopergravure door Cranach van Martin Luther als monnik in 1520 - Peter Bloemendaal
|
Johann Sebastian Bach en Rome (2) Lucas Cranach de Oudere
Lucas Cranach de Oudere was vanaf 1505 hofschilder van keurvorst Frederik de Wijze van Saksen. Deze “meest culturele onder de prinsen en een prins onder de culturele elite”, zoals hij eens gekarakteriseerd werd, veranderde Wittenberg van een doorsnee stadje aan de Elbe in de vooraanstaande hoofdstad van Saksen. Niet alleen vergrootte en verfraaide hij de stad, hij stichtte er ook een universiteit, waaraan onder anderen Melanchton doceerde, en renoveerde en decoreerde zijn kastelen in Wittenberg, Torgau, Lochau en Coburg. Hiertoe gaf hij opdracht aan vele vooraanstaande kunstenaars en natuurlijk aan zijn hofschilder Cranach, die dankzij de privileges van zijn keurvorst de rijkste burger en zelfs burgemeester van Wittenberg werd. Cranach raakte al gauw bevriend met Martin Luther, tot wiens denkbeelden hij en de intellectuele en culturele bovenlaag van de bevolking, inclusief het hof, zich aangetrokken voelden. Luther en Cranach waren over en weer peetvader van elkaars kinderen en Cranach was Martins getuige bij zijn huwelijk met Katharina von Bora in 1525. Hij tekende en schilderde Luthers ouders en Martin Luther zelf verscheidene maken en illustreerde veel van de controversiële geschriften van de kerkhervormer met houtsneden.
Afbeelding: zelfportret van Lucas Cranach de Oudere, detail van “De Familie van Onze Lieve Heer” (ca. 1510) - Peter Bloemendaal
|
Johann Sebastian Bach en Rome (1)
In tegenstelling tot veel schilders en andere kunstenaars van zijn tijd, heeft Johann Sebastian Bach nooit Rome en haar kunstschatten mogen aanschouwen en wellicht ook nooit de behoefte gevoeld Italië te bezoeken. De stad werd te zeer geassocieerd met Vaticaanstad en de Paus met zijn geweldige geestelijke en politieke macht, die in het Lutherse Thüringen als een regelrechte bedreiging werd gezien. Bach deelde deze opvatting. In de Litanie van cantate BWV 18 “Gleichwie der Regen und Schnee vom Himmel fällt” horen wij de sopraan God smeken de gelovigen te behoeden voor het razen, tieren, lasteren en moorden van de Turken en de Paus. Had paus Leo X Luther indertijd niet in de ban gedaan? Werd Clemens XII, die paus was van 1700 tot 1720, niet beschouwd als een vijand van het Duitse keizerrijk, omdat hij de Habsburgse aanspraken op de Spaanse troon had ondermijnd? En was de gevreesde Inquisitie niet nog steeds actief in Frankrijk, Spanje en Portugal in 1715, toen Bach deze cantate componeerde? Niet verwonderlijk dus, dat Sebastian weinig ophad met de pracht en praal van Rome. Bach was wel onder de indruk van enkele Italiaanse componisten, met name Vivaldi, maar hield zich verre van de Italiaanse opera die in het noorden van Duitsland furore maakte in de theaters en vorstenhoven van Braunschweig, Hannover en Hamburg, in het oosten in Dresden en in het zuidelijke München. Rome is geen Bachstad, maar tijdens ons recente verblijf daar, werden wij onverwacht toch aan Bach herinnerd op een wel heel onverwachte plaats, de Galleria Borghese, gevestigd in de Villa die de naam draagt van de grootste en fanatiekste kunstverzamelaar van het zeventiende-eeuwse Italië, kardinaal Scipione Borghese. In dit Palazzina creëerde hij zijn privé culturele universum, waarbij hij zich uitsluitend liet leiden door zijn eigen smaak en gevoel voor schoonheid. Zijn verzamelwoede grensde aan bezetenheid. Zo obsessief was zijn bezitsdrang, of hebzucht zo u wilt, dat, wanneer hij zijn zinnen op bepaalde kunstwerken had gezet, hij zich niet beperkte tot aankopen, maar ook zijn toevlucht nam tot bedreigingen, manipulaties en zelfs ontvreemding, dikwijls met dank aan zijn Vaticaanse connecties. In de Stanza della Veneri, de slaapzaal van de kardinaal, kon zijne eminentie genieten van twee beeldschone, levensgrote, naakte Venussen, waarvan de prominentste geschilderd was door een schilder met wiens werk Bach ongetwijfeld bekend was, al is het zeer twijfelachtig of hij ooit een dergelijk schilderij van deze Lucas Cranach de Oudere onder ogen heeft gehad.
Foto: Lucas Cranach de Oudere – Venus en Cupido, plm. 1525, Galleria Borghese, Rome. Om de erotische uitstraling van dit schitterende schilderij te legitimeren moest de kunstenaar er wel een moralistische meerwaarde aan toe voegen. Hier in de vorm van een allegorische honingraat met bijen die de wellustige Cupido pijnlijk steken en in de rechter bovenhoek een moralistische passage uit de Idyllen van Theocratius over de vergankelijkheid van de zinnelijke liefde. Alibi genoeg voor de kardinaal om het in zijn slaapkamer te exposeren. Let op de schitterend weergegeven, doorzichtige, niets verhullende voile, omlaag vallend van de weelderige, zo kenmerkend schuin en sierlijk gedragen hoed, en vervolgens elegant om de linkerhand gedrapeerd. - Peter Bloemendaal
|
2007-04-07 MP Concertgebouw – Maartje van Weegen en Pieter Jan Leusink
Het is algemeen bekend dat Maartje van Weegen een grote bewondering heeft voor datgene wat Pieter Jan Leusink doet met en voor jonge kinderen. Het respect is wederzijds en de onderlinge gesprekken met betrekking tot de muziek die ten gehore wordt gebracht zijn altijd zeer geanimeerd. Haar warme interesse voor klassieke muziek en Bach in het bijzonder kan zij nu ook zelf dagelijks etaleren op Radio 4. Voor mij persoonlijk mag er nog wat meer Bach in. - Peter Bloemendaal
|
2007-04-07 MP Concertgebouw – Een Liefhebster op Bezoek
Tot de vaste bezoekers van concerten van het Holland Boys Choir behoren ook Maartje van Weegen en haar echtgenoot Joop Daalmeijer. Vanzelfsprekend zijn zij graag geziene gasten die altijd even in de foyer komen bijpraten, hier met de violist Nico Lammersen en tenor Martinus Leusink. Mevrouw Van Weegen heeft een brede muzikale belangstelling. Het is dan ook zeer terecht dat de AVRO haar samen met Nelleke van der Krogt in de gelegenheid heeft gesteld om na 35 jaar bij de publieke omroep een muziekprogramma op de radio te gaan presenteren, "De Klassieken", iedere werkdag van 09:00 tot 12:00 op Radio 4. - Peter Bloemendaal
|
2007-04-07 MP Concertgebouw – Uitgelaten Boys
De wat oudere sopranen, tieners uit de hoogste klassen van de basisschool en de onderbouw van het voortgezet onderwijs, hebben in de pauze altijd dikke pret onder elkaar. Soms moeten zij even getemperd worden, omdat zij na de pauze nog ruim anderhalf uur aan de bak moeten en hun stemmen dus gespaard dienen te worden, maar er is zoveel professionaliteit en zelfdiscipline onder deze jonge knullen dat zij eigenlijk nauwelijks correctie nodig hebben. Zij weten zelf wel wat goed voor hen is en zijn er op gebrand om hun bijdrage tot een succes te maken. - Peter Bloemendaal
|
2007-04-07 MP Concertgebouw – Terugblik op een waardig slot aan het Passieseizoen
Tussen een weekje vakantie in Rome en het Hemelvaartweekend op een boerencamping in het Friese Idzega had ik een paar drukke dagen op school met examens en onvermijdelijke lesroosterwijzigingen. Toch nog even tijd voor een terugblik op de laatste Matthäus Passionuitvoering van 2007 met het Holland Boys Choir. In Rome viel er weinig te bespeuren van Bach. Slechts één concert in mei, en wel op 13 mei in de San Paolo entro le Mura, cantate BWV 131 “Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir”, een interessant jeugdwerk van Bach. Helaas waren wij toen al weer vertrokken na een overigens fantastische week van omzwervingen door één van de meest fascinerende steden ter wereld. Rome heeft onnoemelijk veel te bieden, maar Bach komt er bekaaid af. Omgekeerd kreeg de Italiaanse muziek in het Thüringen van de achttiende eeuw evenmin weinig voet aan de grond. De erfenis van Luther belemmerde een doorbraak van de meer frivole en galante Italiaanse muziek in de dagen van Bach. Voor Italiaanse opera’s moest je in Hamburg zijn, maar Johann Sebastian Bach beperkte zich in zijn vocale werken tot de geestelijke muziek met daarnaast een aantal gelegenheidswerken, dikwijls ter ere van een hooggeplaatst persoon, waaronder enkele geënsceneerde cantates met mythologische figuren, zoals de befaamde jachtcantate BWV 208, en natuurlijk de lichtvoetige koffiecantate BWV 211 en de boerencantate BWV 212. Maar dit terzijde. Wie de afgelopen weken deze weblog gevolgd heeft, zal het niet verbazen dat alle uitvoerenden er uitermate op gebrand waren om de laatste voorstelling tot een klinkend succes te maken, niet in de laatste plaats omdat deze in het Concertgebouw plaatsvond. Al prefereer ik een mooie kerk als decor, de ambiance en de akoestiek van het Concertgebouw zijn toch elke keer opnieuw overweldigend. Een uitverkocht huis en een zeer enthousiast onthaal van een opgetogen publiek na afloop was een geweldige beloning voor allen die hadden bijgedragen aan deze schitterende apotheose. In de pauze was de stemming in de artiestenfoyer dan ook opperbest. Zoals gewoonlijk na een succesvolle tournee, waren na afloop de gevoelens gemengd, vreugde over behaalde successen, opluchting en weemoed over het feit dat het er weer opzat. Maar in de koorbus terug naar Elburg waren de boys alleen maar tevreden en blij met de komende vrije paasdagen.
Foto: De mannen in de foyer, wat meer ingetogen dan de jongens. - Peter Bloemendaal
|
|
|
 |